Bergen op Zoom - Bastion en tenaille van Dun

Bergen Op Zoom : Vestingstad, waarvan de verdedigingswerken in 1744 werden voltooid door
ADRIAEN van DUN (1688-1754) Directeur van de fortificatiën, Luitenant-Kolonel
Ref. : Adriaen van Dun 1688-1754, Het Dunste Bladje, Fonny van Dun 3de jaargang nr.7, p.3-4.  / Het eerste Dunboek, Fonny van Dun, hfdst.12, 2001 + bibliografie hiervan (zie onderaan deze tekst)   / Adriaen van Dun 1688-1754 en Bergen op Zoom, Fonny van Dun, brochure van Afstammelingen van Dun, 2009.  / De Geschiedkundige Kring van Stad en Land van Bergen op Zoom, Stand van zaken, Ad van loon, 11 mei 2015

Ontdekking

In 1998 vertelde onze familiegenealoog Ton van Dun uit Ulvenhout aan Fonny van Dun (Zwijndrecht, Sint-Niklaas) dat er zich op de binnenkoer van het Markiezenhof van Bergen op Zoom een verweerde arduinen steen bevond met de inscriptie VAN DUN A° 1743.
Fonny ging samen met Elvire onmiddellijk op verkenning uit. Op de binnenkoer troffen zij in de rechterhoek de bovenstaande bemoste steen aan. Een bevraging bij de verschillende diensten ter plaatse, noch bij de archiefdienst, gaf echter enig resultaat.
Bijgevolg doken ze in het archief zelf op zoek naar enige informatie, en wat bleek: het betrof hier de sluitsteen van de vesting Bergen op Zoom, in het bijzonder de steen die bij de bouw van het bastion VAN DUN aldaar in de hoofdpoort was aangebracht. De naam verwees daarbij naar Adriaen van Dun, die als “directeur van de fortificatiën” aldaar in 1743 de laatste hand legde aan de versterkingswerken van deze vestingstad.
In “Het Dunste Bladje (familieblaadje van de Belgische vereniging Afstammelingen van Dun) publiceerde Fonny de eerste resultaten van hun opzoekingswerk dienaangaande. Later vervolledigde hij dit in zijn “Het eerste Dunboek” (2001), en in 2009 publiceerde hij een aanvullende  brochure hierover naar aanleiding van de familie-uitstap naar het Markiezenhof en naar de tenaille VAN DUN.
De oorzaak van deze late uitstap, elf jaar na datum lag in het feit dat men gewacht had tot de maquette van de vestingwerken terug tentoongesteld kon worden in het Markiezenhof en dat het enige in goede staat overgebleven ravelijn Op de Zoom, na heel wat aanpassingswerken, voor het publiek werd opengesteld.
Sedertdien zijn de stadsdiensten van Bergen op Zoom in gang geschoten met opgravingswerken van de overblijfselen van de vestingwerken die tussen 1868 en 1890 gesloopt werden.

Het Bastion VAN DUN

Adriaen  van  Dun, geboren te Nispen (Roosendaal), zoon van Cornelius van Dun, schepen te Roosendaal, Directeur  van  " 's Lands Fortificatiën" en Luitenant-Kolonel, voltooide tussen 1742 en 1744 de versterking van de vestingwerken van Bergen op Zoom, begonnen in 1698, waardoor deze een der sterkste vestingen van Europa werd.
Gaf zijn naam aan het Bastion en aan de tenaille en de Lunet van Dun
Hieronder een fragment van de kaartweergave van de versterking Bergen op Zoom;  in de legende, bovenaan links, staat het  "Bastion Vandun" vermeld onder nr.1.  Deze kaart is noord-west georiënteerd, een verkleinde kopie kan aangeschaft worden in de archiefwinkel van Bergen op Zoom
 
Op bevel van Louis XV werd een waarheidsgetrouwe maquette gemaakt van deze versterkingen (schaal 1/400); deze diende lange tijd aan de Franse militaire academie als oefenmateriaal voor de toekomstige Franse militaire bevelhebbers, en is nu nog te bezichtigen in het Musée des Plans Reliefs in Parijs. In Bergen op Zoom, in de VESTINGZAAL op de eerste verdieping van het Markiezenhof, bevindt er zich een gelijkaardige maquette, evenwel op een kleinere schaal (1/600). Onder het gewicht ervan is de vloer van de tentoonstellingszaal gaan inzakken; dientengevolge was de toegang voor het publiek in 1998 voor onbepaalde tijd opgeschort, tot na de herstellingswerken. Deze waren een tiental jaren later voltooid.
 

Voorgeschiedenis

Bergen op Zoom, dat zijn stadsrechten kreeg rond 1250, was oorspronkelijk omringd met aarden wallen en versterkt met palissaden en houten poortgebouwen. In de loop van de Middeleeuwen werden de palissaden vervangen door stenen muren met muurtorens en poortgebouwen, met daaromheen een stadsgracht.
De enige nog bestaande stadspoort dateert uit het begin van de 14de eeuw, heette aanvankelijk de Lievevrouwenpoort, maar verloor 200 jaar later, door de uitbreiding van de verdedigingswerken, haar functie en diende vanaf dan als gevangenis. Hierdoor kreeg ze de naam van Gevangenpoort.
In 1426 werd Bergen op Zoom aangevallen door de Antwerpenaren, die er echter niet in slaagden de stad te veroveren. In 1567 kreeg de stad voor het eerst een militair garnizoen. In 1572, toen gedeelten van Holland en Zeeland in handen van de Geuzen vielen, werd Bergen op Zoom de basis van het Spaanse land- en vlootleger tegen de opstandelingen.
Nadat de Spaanse vloot in 1574 door de Zeeuwen was verslagen, gaven de Duitse huursoldaten, in dienst van Spanje, de stad over aan de Staten-Generaal. Tussen 1594 en 1605 werd de stad nog 4 maal door de Spanjaarden tevergeefs aangevallen.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd het verouderde verdedigingsstelsel drastisch aangepast.  De stadsbebouwing buiten de poorten werd gesloopt en vóór de poorten werden er ravelijnen, en later bolwerken, aangelegd. In 1622 werd de stad aangevallen door de Spanjaarden onder leiding van SPINOLA. Zij trokken zich echter terug toen prins Maurits met zijn troepen naderde om de stad te ontzetten. Deze gebeurtenis werd bezongen in het alom gekende lied "Merck toch hoe sterck" dat tot in het begin van de zestiger jaren van vorige eeuw in de middelbare scholen in Vlaanderen tijdens de muziekles werd aangeleerd.
Tijdens de daaropvolgende jaren werden de vestingwerken zeer slecht onderhouden.   Vanaf 1698  werden, naar de plannen van een beroemd vestingbouwer van Zweedse   afkomst, Menno van Coehoorn, nieuwe verdedigingswerken aangebracht; deze werken vorderden echter zeer moeizaam.  Na het uitbreken van vijandelijkheden met Frankrijk, in 1702, werden er nieuwe versterkingen aangebracht.   Deze werden later, op voorstel van Directeur Cornelius van Bommel, nog verder uitgebouwd.
Hieronder ziet U één van de twee stadsplattegronden van Bergen op Zoom die in 1724 ontworpen werden door Cornelius van Bommel en Adriaen van Dun. Zij berust nu het Algemeen Rijksarchief van Nederland, te Den Haag.

Toen in 1740 de Oostenrijkse Successieoorlog uitbrak ontwierp Adriaen van Dun, toen Directeur der fortificatiën, een verbetering aan de Zuidwestzijde van de vesting.  In 1742 werd het Noorderfront verder afgewerkt.  Directeur van Dun voltooide toen de laatste tenaille, die naar hem de tenaille van Dun werd genoemd.
Van 1743 zou het noordelijk gelegen bastion van Dun dateren, gemerkt door de nog overgebleven siersteen die in de hoofdpoort werd aangebracht. In 1744 waren alle werken voltooid en werd Bergen op Zoom alzo een volledig ommuurde stad, waarbij het ene vestingwerk het andere dekte tegen vijandelijk vuur. De hoofdwal was 7,5 tot 8 m dik en had een lengte van 6 km.
Het geheel bestond uit meer dan 40 militaire verdedigingswerken, waaronder ravelijnen, lunetten, tenailles en bastions, en was omgeven door een gracht, die men bij een aanval, vol water kon laten lopen.  Het kunstwerk werd algemeen beschouwd als een der sterkste vestingen van Europa.
Toen de Nederlandse Republiek zelf, in 1747, in de Oostenrijkse Successieoorlog verzeild geraakte, vielen de Zeeuws-Vlaamse vestingen in Franse handen en begon het beleg van Bergen op Zoom. Van gans het bolwerk is vandaag slechts het ravelijn "Op den Zoom" met de daarrond gelegen gracht bewaard gebleven.
Toen Het eerste Dunboek in 2001 verscheen was het niet toegankelijk en zou de restauratie, gevolgd door de mogelijkheid van bezichtiging, nog enkele jaren uitblijven. Op 30 augustus 2009 dan bracht de vereniging Afstammelingen van Dun een bezoek aan het toen gerestaureerde en opengestelde ravelijn Op den Zoom(zie ook fotoarchief)
Intussen zijn er opgravingen gestart en werden fundamenten blootgelegd van de tenaille van DUN.
 Meer hierover in het Dunste Bladje (viermaandeljks tijdschrift van de vereniging) uitgaven december 2015, april 2016.
 
De inname van het niet inneembare Bergen op Zoom ten gevolge van ongedisciplineerdheid van de verdedigers en van het verraad van de markies van Bergen op Zoom, die alzo weerwraak nam tegen de stad die kort daarvoor zijn bevoegdheden had beknot.
Daar de vestingstad tot op dat ogenblik nog nooit bij een belegering was ingenomen, had zij de bijnaam "PUCELLE" (Maagd) gekregen. Ditmaal verliep het echter heel anders. Volgens de geschiedschrijvers was dit te wijten aan de ongedisciplineerdheid van het garnizoen dat uit wel 6 verschillende nationaliteiten bestond, waaronder Engelsen, Oostenrijkers, Zwitsers, Hongaren en Kroaten. De bevelen van de hoogbejaarde algemene bevelhebber, baron von Cronström, een Zweed, werden door de verschillende commandanten, onder wie twee Duitse prinsen die elkaar bekampten, genegeerd. Toen gedeelten van de stad, door de beschietingen van de Franse troepen, in brand stonden, ging een deel van de soldaten zelfs aan het plunderen.  Tegelijkertijd is er sprake van verraad, op aanstoken van de Markies van Bergen op Zoom, Karel Theodoor, latere paltzgraaf en keurvorst van Beieren.
Van zijn oorspronkelijke macht was er nog maar weinig overgebleven; tegelijkertijd werd hij regelmatig tegengewerkt door de Staten-Generaal en door de Raad van State. Op het ogenblik van de vijandelijkheden stond hij aan de kant van Frankrijk, terwijl de Staten-Generaal de zijde van Oostenrijk had gekozen. Een van zijn medewerkers, Laurentius Adan, die in het bezit was van de nieuwe vestingplannen, zou die aan het Franse opperbevel hebben doorgespeeld.  Hij werd tijdens de Franse bezetting opgemerkt te midden van de Franse officieren, en uitgedost als hun gelijke. Einde 1748, één maand voor de ontruiming van de stad door de Fransen, liet de markies door Adan een verzoek indienen bij de Franse koning om hem het markizaat "als een vrij en volkomen onafhankelijk land" terug te geven.  De Franse koning speelde dit document echter door aan de vertegenwoordiger van de Nederlanden.
Na de inname van de stad, in 1747, gingen Franse landmeters ogenblikkelijk aan het werk om hun verouderde kaarten bij te stellen. Tegelijkertijd werd, op verzoek van Lodewijk XV, een gedetailleerde maquette gemaakt, die aanvankelijk diende om bij de verzameling van de koning, in het Louvre, gevoegd te worden; deze maquette verhuisde later naar het Hôtel des Invalides te Parijs, en nog later naar het Musée des Plans Reliefs in dezelfde stad. De oudst bekende kaart uit deze periode van Bergen op Zoom en onmiddellijke omgeving is in 1748 verschenen bij Jaillot in Parijs. Deze kaart schijnt ook de meest accurate te zijn. Zij bestaat uit 4 bladen die ten dele bij elkaar passen en werd in 1993 door de Archiefdienst van de stad Bergen op Zoom aangekocht. Elk van deze delen kan, zij het in verkleinde weergave, verkregen worden bij deze archiefdienst.
 

Thema

Regio