Balthazar van Dúnne(n) – Van Dúnem (1620-na 1676), stamvader van een der invloedrijkste Afrikaanse families

Overname uitsluitend na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming en mits bronvermelding

                    
Balthazar  van  Dúnne(n), stamvader van een der invloedrijkste Afrikaanse families
De hiernavolgende tekst verscheen aanvankelijk  in Het eerste Dunboek, hfdst. 11, Fonny van Dun, Zwijndrecht, België, 2001, en werd later aangevuld
 
Inhoudsopgave
Voorwoord
Hoofdstuk 1 : Verwantschap met Balthazar van Dúnne(n) ?
Hoofdstuk 2 : Balthazar van Dúnne
Hoofdstuk 3 : Een roemruchte Familie
Hoofdstuk 4 : Huidige nakomelingen van Balthazar  van  Dúnne
Nawoord – verder onderzoek
Tekstverwijzingen
Bibliografie
 

Voorwoord

 Even nadat ik op 15 augustus 1996 Ton van Dun  uit Ulvenhout, in het stedelijk archief van Breda bij toeval ontmoette, overhandigde hij me een  Engelstalige tekst die hij tijdens zijn genealogisch opzoekingswerk op het spoor was gekomen.
Het betrof de aanstelling, op 26 december 1676, van “Captain Balthazar Van Dúne tot een der “aldermen” (schepen) van de hoofdstad São Paulo da Assumpção. Daarnaast was Ton ook in het bezit van een krantenartikel uit de Nederlandse krant NRC Handelsblad, daterend van 17 januari 1983, waarin een bericht van het persagentschap Reuter gepubliceerd was met betrekking tot een missie van de Angolese ambassadeur Fernando Van-Dúnem :  
krantenartikel 1983.jpg
 Hierdoor beschikten we over twee toch wel interessante elementen die er op wezen dat er in Angola een aanverwante VAN DUN-tak zou bestaan.
De resultaten van onze zoektocht naar meer informatie over deze tak kan u in deze verhandeling aantreffen. Vooreerst vonden we, in de telefoongids van Parijs, het adres van twee aldaar gevestigde Van-Dúnems, waarvan één de voornaam Fernando droeg.
In maart 1998 stelden wij ons schriftelijk in verbinding met deze persoon en stuurden wij hem tegelijkertijd de tekst op aangaande Balthasar Van Dúne.  Zijn antwoord, nog geen 10 dagen later, gaf ons de bevestiging dat we op het goede spoor waren. 
Weliswaar was hij niet de persoon van wie er melding gemaakt werd in het krantenartikel, maar hij behoorde inderdaad tot de grote Portugees-Angolese familie VAN-DÚNEM.
Meer hierover hierna, in het hoofdstuk 4 “Huidige nakomelingen van Balthazar van Dúnne”

Hoofdstuk 1  Verwantschap met Balthazar van Dúnne(n) ? (alias van Dune - van Dum)

Aanvankelijk hebben we wel enige tijd besteed aan het zoeken naar een antwoord op deze vraag, alvorens wij verdere onderzoekingen hebben verricht naar de rol die deze belangrijke persoonlijkheid in Angola heeft gespeeld. Vooreerst waren we niet geïnformeerd over zijn rechtstreekse voorouders; daarbij kwam het feit dat de voornaam “Balthazar” verder niet in onze stamboom voorkomt.
Dit kan echter niet onmiddellijk een reden voor argwaan zijn : de voornaam van Livinus van Dunne, een telg uit de Alphense van Dun- tak, is eveneens uniek in onze stamboom.  Die voornaam is echter afkomstig van zijn grootvader langs moederszijde. (zie hiervoor het hoofdstuk over Goelken van Dunne). De voornaam “Balthazar” is dan weer niet ongebruikelijk in (Zeeuws) Vlaanderen; de familienaam van Dun schijnt er echter niet veel voor te komen. In een Franstalig boek dat we konden achterhalen, en in een onvolledige Nederlandstalige bewerking ervan, wordt zijn naam vermeld als : Balthasar Vandunen. Terwijl in een Portugees werk Baltasar Vandunem wordt vernoemd.
 
De schrijfwijze, Van Dune met één n, verwijst niet onmiddellijk naar onze familietak; zo ligt het meer voor de hand dat deze persoon deel zou uitmaken van een familie Van Dunen, gesitueerd boven de grote rivieren, en waarvan de naambetekenis veeleer zou kunnen teruggaan op de “duinen”. Anderzijds weten we echter dat bij een onduidelijke schrijfwijze de mogelijkheid bestaat dat bij het overschrijven de dubbele n kan herleid worden tot een enkele, of dat het leesteken boven de  “n”, dat een verdubbeling moet aanduiden, zich verplaatst of wordt weggelaten. (zie Eerste Dunboek, hoofdstuk 5 - rubriek 2 b)
Uit de briefwisseling die we met verscheidene leden van de Van-Dúnem-tak voerden, blijkt dat zij allen het accent op hun naam wel meestal gebruiken, maar het ook geregeld, in dezelfde tekst, weglaten. Tegelijk zien we dat ook in Angola verschillende takken van eenzelfde stamvader verschillende schrijfwijzen kennen: behalve VAN-DÚNEM treffen we de schrijfvormen VAN-DUNEM, VAN-DUNEN en VAN-DUNÉN aan.
Vooral de schrijfwijze van de laatstgemelde tak is veelbetekenend.
Terwijl wij aanvankelijk dachten dat het accent op de “u” zijn oorsprong vond in het ver-portugezen van de oorspronkelijk Nederlandse naam, waarbij men alzo de “u” een scherpe klank wilde geven ( “u” zonder accent wordt in het Portugees immers uitgesproken als “oe”), blijkt dit niet consequent doorgevoerd te zijn en schijnt alles erop te wijzen dat het accent zich verplaatst heeft.
De bevestiging van de dubbele n, al dan niet als zodanig geschreven, of aangeduid met een accent, kunnen we alleen maar krijgen wanneer we originele Nederlandstalige teksten uit die tijd kunnen inzien, waarin de familienaam van Balthazar is neergeschreven.
Zoals hierna blijkt zijn we daar ook in geslaagd.
Aangezien we de volledige naam van zijn vader en grootvader nog niet konden achterhalen hebben we geen aanduiding tot welke van Dun-tak hij behoort. Hopelijk kan nader onderzoek hier in de toekomst uitsluitsel geven. (zie Nawoord)

 

Hoofdstuk 2     Balthazar van Dúnne(n)

Balthazar van Dúnne(n) zou omstreeks 1624 geboren zijn uit een Vlaamse (3) vader en een Portugese moeder met de familienaam Pimenta.
Hij ondertekende bijgevolg met Vandunen & Pimenta. (4)
Hij huwde met een Portugese vrouw, Maria Bonini, dochter van kapitein Alexandro Bonini..(4)
Hij verbleef in 1646 in Luanda (ook nog genoemd  São Paulo da Assumpção), toen een zeer belangrijke havenstad en de hoofdstad van het koninkrijk Angola.
Aanvankelijk hadden we heel wat moeilijkheden om meer informatie over Balthazar Van Dun(n)e en dus ook over zijn naam te vinden. In de Engelse tekst die Ton van Dun ons bezorgde, waarvan hierna een uittreksel, is er sprake van Balthazar Van Dune.

Deze, hiernavolgende tekst is terug te vinden in: "Portugese Society in the Tropics: The Municipal Councils of Goa, Macao, Bahia and Muanda, 1510-1800, Charles Ralph Boxer, University of Wisconcin, Press, 1965, p.189.  


21. ELECTION OF THE MUNICIPAL COUNCILORS AT LUANDA FOR THE YEAR 1677
MINUTES OF THE ELECTION OF THE ELECTORS, LUANDA, 26 DECEMBER 1676 45
On the 26 day of the month of December in trhe year 1676, in this City of São Paulo da Assumpção in the Kingdom of  Angola (=Luanda), in the council chamber of the municipality thereof, present the judges Lourenço de Andrade Colaço and Luis da Silva da Motta, the Aldermen Balthazar Van Dune, 46 Antonio de Buiça, and … and … and …   And when they were all assembled, … to elect the officers who are to serve in the three following years of 1677, 1678, and 1679; and when the votes were counted, the following were declared Electors by majority votes: Captain Balthazar Van Dune, ….
 
45. Archive of the Senate of Luanda, “Livro de Termos de Vereaçŏes, 1676,” fl. 252
46. Balthazar Van Dune (or Van Dunen) was one of several Roman Catholic Dutchmen and Flemings, maried to Portuguese woimen, who had been allowed to stay in Luanda after its recapture by Salvador Correia de Sá e Benavides in August 1648. Others included Paulo Escorel and Jorge Guterres Van Zil
.(= Joris=Georges Van Geel).
All these three served as oficiais da Camara at various times during the second half of the 17th century.

  
Ton van Dun had in Angola reeds vruchteloos opzoekingen laten doen. De oudste Angolese archieven uit die periode zijn verloren gegaan bij de aftocht van de Portugezen uit Luanda (einde 1641 - begin 1642). Van latere bleef er eveneens weinig over.
Aangezien we echter uit de (hierboven aangehaalde) Engelse tekst weten dat Balthazar kapitein was, moest in principe de mogelijkheid bestaan om meer informatie over hem te vinden in de archieven van de West-Indische Compagnie, die indertijd een zogenaamde “driehoekshandel” dreef tussen Amsterdam, Angola en Brazilië. Doordat het grootste gedeelte hiervan echter in een brand was verloren gegaan, bleven er relatief weinig archiefstukken over deze handelsorganisatie bewaard. Dit in tegenstelling met de archieven van de Oost-Indische Compagnie, die omzeggens 30 maal omvangrijker zijn.
Na heel wat zoekwerk, zowel in de  Koninklijke Bibliotheek in Nederland, als in het Rijksarchief van  Den Haag, vonden we daar in de Archiefstukken van de “Oude Westindische Compagnie 1621 - 1674” een originele verslagkopie van de “Heren Negentien” (d.i. de 19 gevolmachtigde bewind-voerders van de West-Indische Compagnie) geschreven op 6 oktober 1645 en gericht “aan de Directories van de Suyt-kust van Africa”, waarin de naam Balthazar van Dúnnen wordt vermeld. Hieronder publiceren we twee delen van een door ons genomen fotokopie: de aanhef van deze brief en het einde ervan.
brief W.I.C. aankomst Balthazar 1.jpg
 brief W.I.C. aankomst Balthazar 2.jpg
De tekst van deel 2 luidt:  "Wij hebben voords ontfangen een missive van Balthazar van Dúnnen (omkaderd) geschreven St. Paolo de loanda de 23ste January 1645  ten eynde dat het sijne vandaer mach getransporteert worden. Wij hebben goet gevonden dat heles verfoer toe te staen op dorder en conditien hier boven over Isaacq Blois gemelt, waarnaar ze ook haar hebben te regulieren".
 
In het boekEen Vlaamse Martelaar in Oud-Kongo, Joris Van Geel"” van P. Hildebrand, uitgev.J. Lannoo, Tielt, 1933, vonden we de volgende informatie over hem:
 
Daar de grootste moeilijkheden die ze (NVDR: de katholieke missionarissen) ondervonden, voortkwamen van de onhandelbaarheid der Hollanders, vonden ze t geraadzaam, in hun rangen kloosterlingen van Nederlandsche taal op te nemen, om aldus beter met de Kalvinisten te kunnen omgaan en minder tegenstand van hunnentwege te ontmoeten.  En aldus komt het dat er ook Vlamingen optreden, onder de eerste pioniers der beschaving in Kongo (NVDR: én Angola).
Onder de Nederlandsche kooplui die in Kongo gevestigd waren, vinden we ten andere ook eenige Katholieken. Zelfs kent Cavazzi een schatrijken Vlaming*, te Loanda gevestigd, dien hij Balthazar Vandum(1), cavaliere di Auis, heet.

Hier vinden we en belangrijke aanwijzing omtrent de status van Balthazar: als "ridder van Avis én Santiago" was hij immers lid van twee! van de drie grote Portugese ridderorden (die ook nu nog bestaan).
Dat dit geen toevallige vermelding is blijkt uit een tekst in het Portugese boek Descrição Histórica dos três Reinos, Congo, Matamba e Angola” van P.e. João António Cavazzi de Montecucculo, Livro terceiro, Lisboa 1965, waar over "Baltasar Vandunem" vermeld wordt "dat hij een katholieke Vlaming was, ....,  cavaleiro de Avis e de Sant'Iago" ...hij bezat plantages aan de oever van de Bengo(-stroom) en was in levensgevaar door toedoen van de Hollanders".
Bijkomend bezorgt het verhaal in dit boek over Balthazars lotgevallen ons nog meer informatie. De bedoelde passage verhaalt de lotgevallen van pater Bonaventure de Sardaigne, een kapucijner missio-naris.  Wanneer deze in de stad (Luanda) aankomt, belast met een zending voor de zwarte koning, was Baltazar zwaar ziek en verlangde sterk naar een katholiek priester. De pater celebreerde in het geheim een mis in zijn woning en diende er de sacramenten toe aan de talrijke katholieken van die plaats.
De vertaling luidt als volgt :
Onder de katholieken van Luanda waren er twee : Tiago Sánchez, een Castiliaan, en Baltasar Vandunem, een Vlaming, een heer van Avis, beiden zeer rijk aan materiële goederen. Nog meer begaan, nochtans, met het verzamelen van geestelijke goederen, gebruik makend van de aanwezigheid van de twee paters, wendden zij alle middelen aan om met hen te spreken; maar met veel oplettendheid hielden de ketters hen in huis waar zij bijna als gevangenen verbleven, zonder hun toe te laten met iemand te spreken.  Vooral de heer Baltasar was zeer gekweld, want hij was ziek en kon zijn huis niet verlaten.  In het geheim zond hij een boodschap naar pater Bonaventura om hem te verzoeken er iets op te vinden om aan zijn wens te voldoen. Aanvankelijk dacht de goede pater eraan zich naar dat huis te laten voeren in een koopmanswagen, maar dat werd hem afgeraden vanwege het gevaar waarin hij zichzelf en de anderen bracht. Dan, door middel van in het geheim aangeboden geschenken, bekwam hij dat hij de huizen van de twee katholieken mocht bezoeken. Hij las de heilige mis, diende de sacramenten toe en sprak opbeurende woorden, niet alleen tot die twee personen, maar ook tot hun gezinnen en tot andere personen die zich in het geheim bij hen hadden gevoegd. Toen ik daar, veel later, als missionaris gekomen ben, bevestigden dezelfde personen mij dat zij, bij die gelukkige gelegenheid, en alhoewel allen bang waren voor een mogelijke verrassing, zich zo bezield voelden met een hemelse vertroosting dat zij goedschiks zelfs de dood in de ogen zouden gezien hebben.
 
Dit wordt aangevuld door gegevens die we vonden in het naslagwerk “Beslissende Momenten uit onze Geschiedenis -De 25 dagen van Vlaanderen”, Deel 17, p.476
Aan het einde van de zestiende eeuw trokken zeshonderd Vlaamse soldaten in Portugese dienst naar de monding van de Kongostroom. Uiteindelijk liep een del van hen over naar de Arabische slavendrijvers die ze moesten bestrijden, een ander deel zette een eigen slavenhandel op. Ongeveer vijftig jaar later werkten er Antwerpse kapucijnen als missionaris. Een van hen, Joris van Geel, werd in 1652 doodgeslagen omdat hij inlandse fetisjen vernielde. In dezelfde jaren was de Vlaming B. Vandunen in de streek bedrijvig als kolonist.
 
Terwijl Balthazar zich tijdens de Hollandse bezetting, klaarblijkelijk in een penibele situatie moet bevonden hebben, veranderde dit even later.
Sinds augustus 1641 was Luanda in Hollandse handen gevallen, nadat de stad door een list veroverd was op de Portugezen.  Hierdoor lag voor de West-Indische Compagnie de weg vrij voor een jaarlijkse rekrutering van ongeveer 10.000 negerslaven voor haar suikerrietvelden in Brazilië. De handel in negerslaven was immers een van de voornaamste bronnen van inkomsten van de Compagnie.
Toen de Hollanders in 1641 Luanda op de Portugezen veroverden, leefden er in die stad ongeveer 12.000 inboorlingen, 1.200 Portugezen en 300 Castilianen.
 
In 1648 werd Luanda door de Portugezen heroverd. Een groot deel van de  Hollanders (protestanten) werd afgeslacht en de overlevenden werden op transport gezet naar de suikerrietvelden in Brazilië, waar zij een zekere dood, door uitputting en ziekte, tegemoet gingen. Enkele Franse en Vlaamse katholieken, waaronder Balthazar van Dúnne, kregen toestemming om in Luanda te blijven.
Het feit dat Balthazar met een Portugese vrouw gehuwd was, zal zeker bijgedragen hebben, enerzijds tot zijn problemen tijdens het Hollands bewind over Luanda, anderzijds tot zijn aanvaarding tijdens het daaropvolgend Portugees bewind.
 
In 1653 adopteert hij twee nichten, dochters van zijn broer Guillaume (Willem-Guilherme?) gehuwd met Antonia Cardoso. Eén van hen, Theresia, was in 1648 gedoopt te Lissabon, in de Lorettokerk. (Daar deze kerk niet meer bestaat, konden we daar de namen niet verifiëren.) In 1667 vinden we haar terug in Luanda, gehuwd met kapitein Juan Carrilho. (4)
In 1676 tenslotte zien we dan dat Balthazar verkozen wordt tot schepen van Luanda.

 
 

Hoofdstuk  3     Een roemrijke familie (Pepetela)

 
Deze meermaals bekroonde uitvoerige Portugese roman d.d. 1997, “A Gloriosa Familia” (8), wordt volledig gewijd aan de verzonnen lotgevallen van Balthazar Van Dum en zijn uit verschillende Angolese vrouwen bestaand gezin, die de verschillende partijen die het in het koloniale Angola voor het zeggen hadden te vriend houdt: de Hollanders, de Portugezen, de koning van Kongo en de Angolese koningin.
De schrijver is Pepetela, een pseudoniem voor de Angolees Artus Carlos Mauricio Pestana dos Santos. Deze roman werd in 1999 bekroond met de Prins Claus Award
OFFICIËLE  INHOUD: “In 1641 bezetten de Hollanders, onder aanvoering van Maurits, Luanda en enkele andere versterkingen aan de Angolese kust. Een periode vol conflicten en gevechten breekt aan. De uit Zuid-Nederland afkomstige handelaar Balthazar Van Dum houdt de verschillende partijen die het in koloniaal Angola voor het zeggen hebben te vriend: de Hollanders, de Portugezen, de koning van Kongo en de Angolese koningin Jinga Mbandi. Samen met zijn zonen beheerst Van Dum het grootste deel van de slavenmarkt, die echter door de hoog oplopende meningsverschillen tussen alle betrokkenen enigszins in het slop geraakt. Van Dum komt beroepshalve, en door de recessie veelal noodgedwongen, met alle lagen van de bevolking in aanraking en hij maakt op die manier kennis met alle facetten van de Angolese maatschappij in de zeventiende eeuw. Een roemrijke familie biedt ons een uiterst boeiende kijk op een vrijwel vergeten stukje Nederlandse geschiedenis.”
 
Uitsluitend de proloog van dit werk, die de publicatie is van een bladzijde uit een geschiedkundig boek, vertelt een waar gebeurd verhaal en dient als kapstok voor deze historische roman. Dit doet uiteraard niets af aan de literaire waarde en aan de algemeen geschiedkundig informatieve waarde van het werk die werkelijk zeer verhelderend is.
Hierna geven we achtereenvolgens de bespreking ervan door de uitgeverij Meulenhof zelf (cfr. www.meulenhof.nl), en de letterlijke weergave van de proloog zoals die verscheen in de Nederlandse vertaling.
 
PROLOOG:  ‘In de stad bevond zich een man genaamd Baltazar Van Dum,1 Vlaming van geboorte doch Portugees van gemoed, dewelke van de eerste nederzettingen naar Luanda was gegaan met toestemming van de bewindsman der Portugezen, die het risico nam dat de Vlamingen2 hem zouden doden, vanwege het feit dat vóór dit vredesverdrag3 en geldige mededeling deszelven, een burger, om te zien of wij langs die weg enig inzicht konden verkrijgen in wat er gebeurde bij de Vlamingen, te dien einde vanuit Massangano twee negers rechtstreeks met een brief naar de arimo’s4 en plantages in Bengo5 zond, waar genoemde Van Dum enige lieden, slaven, had die er voor hem werkten; dezen brachten de boodschappers naar de stad en begaven zich met hen naar de sanzala6 van Van Dum, hetgeen niet zo heimelijk geschiedde dat het niet terstond bekend werd; en toen de directeur der Compagnie het bericht ontving dat er negers waren binnengedrongen in de stad en in de sanzala van Van Dum, ontstak hij in toorn en gaf de majoor die het bevel voerde over het leger, dewelke bevriend was met Baltazar Van Dum, onmiddellijk opdracht hem te arresteren; vandaar dat men zegt, het is goed om een vriend te hebben, al is het maar in de hel, hoewel God ons verschone van zulke vriendschappen; en toen hij het gevaar zag waarin deze verkeerde, waarschuwde hij hem heimelijk dat men hem zou arresteren en waarom; dat hij het beste onverwijld uitleg kon verschaffen aan de heer directeur over wat er gaande was, en ervoor zorgen dat hij uit handen bleef van degenen die hem moesten arresteren, want hij had hen over de calçada7 gestuurd, zodat hijzelf via het klooster of de kerk van Sint-Antonius moest gaan; na het ontvangen van die boodschap spoedde hij zich weg, omdat hier niets minder dan zijn leven op het spel stond; toen hij was aangekomen bij het jezuïetencollege, waar de directeur verbleef, deelde hij hem mede dat die negers uit Massangano waren gekomen met de nog ongeopende brief, welke hij hem overhandigde; waarna de directeur hem aankeek en tot hem sprak ach, Van Dum, Van Dum! uw hoofd, ge hebt het zeer gewaagd…’
António de Oliveira Cadornega8   Historia Geral das Guerras Angolanas (1680), Deel I, blz. 334-335, Agência-Geral do Ultramar Lissabon, uitgave van 1972.
 
NOTEN bij deze proloog
Ter opheldering van de tekst geven we hierna ook de verklarende voetnoten uit de Nederlandse vertaling.
  1.   Van Dum: waarschijnlijk Van Duin of Van Duyn. *
(* Een klassieke interpretatiefout voor wie onze van Dun-stam niet kent; voortkomend uit onwetendheid  of gemakzucht en waar we spijtig genoeg regelmatig mee geconfronteerd worden.  Meer hierover: zie e-boek onder Van Dum=Van Dúnem=van Dunne, en het hoofdstuk “van Dun-naam”)
   2.    Vlamingen: in de Portugeestalige geschiedschrijving met betrekking tot de         Hollandse aanwezigheid in Brazilië en Afrika wordt geen onderscheid gemaakt tussen Hollanders en Vlamingen.
  3.    Vredesverdrag: nadat Portugal in 1640 zijn onafhankelijkheid had veroverd op  Spanje werd er een vredesverdrag gesloten met de Republiek. Voor het verdrag geratificeerd werd en men het vanuit Lissabon en Den Haag officieel had medegedeeld aan alle koloniën, stuurde Johan Maurits, de gouverneur van Pernambuco, de Hollandse kolonie in Brazilië, een vlooteenheid naar Angola om daar de kuststeden te bezetten en de slavenhandel veilig te stellen. Deze feitelijke schending van het verdrag leidde tot de zevenjarige aanwezigheid van de Republiek, of liever van de West-Indische Compagnie, in Angola waarover dit boek handelt.
   4.       Arimo: uit het Kimbundu afgeleid woord voor boerderij of kleine plantage – de Afrikaanse woorden die Pepetela gebruikt, worden zo veel mogelijk gehandhaafd.
   5.       Bengo: zowel rivier als streek.
   6.       Sanzala: oorspronkelijk dorp, hier het huis van de meester (casa grande) en alle bijgebouwen en hutten voor de slaven. Later, met name in Brazilië, werd het uitsluitend gebruikt voor het slaven verblijf.
   7.       Calçada: steile geplaveide straat.
   8.       Cadornega: Portugese schrijver, geboren in Vila Viçosa, gestorven in Luanda (1690). Naast het hier genoemde boek schreef hij  nog een aantal werken over Angola.
   9.       Quinta: landgoed of boerderij
 10.       Eiland: de stad Luanda, of São Paulo de Luanda, of São Paulo de Assunção, is genoemd naar het eiland met die naam, Ilha de Luanda, tegenover de stad.

 

Hoofdstuk  4     Huidige nakomelingen van Balthazar  van  Dúnne(n)

 

A) Onze eerste contacten met de Angolese familie VAN-DÚNEM

Fernando  VAN-DÚNEM
deelde ons mede dat de betrokken ambassadeur zijn neef was, die intussen reeds eerste minister van Angola was geworden.
Hijzelf was geneesheer en had, in het kader van zijn studies, Angola reeds op jonge leeftijd verlaten. Alhoewel hij een adres in Parijs had, woonde hij in Roemenië, alwaar hij een kliniek aan het oprichten was. Fernando Van-Dúnem was zeer verheugd over de informatie aangaande zijn verre voorouder, Balthazar.
De Van-Dúnem-tak in Angola meende, volgens zijn schrijven, af te stammen uit het huwelijk van een Angolese prinses met een adellijke Hollander, maar had tot op die dag geen nadere bijzonderheden kunnen achterhalen.
Tijdens onze latere opzoekingen stelden wij vast dat deze geruchten niet volledig correct waren aangezien Balthazar gehuwd was met de Portugese Maria Bonini, dochter van kapitein Alexandro Bonini.
Fernando Van-Dúnem raadde ons aan, contact op te nemen met een van zijn familieleden, die op dat ogenblik in Parijs verbleef, namelijk Domingos Van-Dúnem.
 
Domingos  VAN-DÚNEM,
op dat ogenblik ambassadeur van Angola bij de UNESCO, was zeer enthousiast over onze, zij het toch zeer beknopte, informatie.
Hij vroeg meer gegevens over onze familietak, over onze vereniging en haar werking, alsook over de familiegeschiedenis.
Ook in zijn thuisland, Angola, werd het nieuws klaarblijkelijk met veel enthousiasme onthaald.
Toen een neef van Domingos, een jonge gediplomeerde in de Rechten en secretaris van de Raad van Ministers van Angola, kort daarna vader werd, kreeg het kindje onmiddellijk de naam “Baltazar” !
Behalve ambassadeur is Domingos ook schrijver. Hij publiceerde enkele boeken met verhalen, essai's en theaterstukken.
Hij was toen ook directeur van het tijdschrift Sonangol Revista(Sonangol is de nationale petroleummaatschappij van Angola, die rechtstreeks afhangt van de Minister van Petroleum. Zij stond in 1997 in voor 80% van de Angolese export en voor 75% van de staatsinkomsten).
Tevens was hij directeur van het Nationale Protocol.
 
Ambassadeur Domingos Van-Dúnem was niet alleen zeer enthousiast over de informatie aangaande zijn voorouder, maar tevens over de werking van onze vereniging; hij drukte het voornemen uit dit jaar met zijn familie op het jubileumfeest van onze familievereniging aanwezig te zijn.
Ondanks zijn drukke bezigheden, die hem dikwijls verhinderden snel terug te schrijven, wilde hij toch niet zo lang wachten om de “VAN DUN’s” een bezoek te brengen, samen met zijn kinderen en kleinkinderen op wie hij zeer trots is. Datum en plaats werden onderling afgesproken; het bestuur van onze vereniging zou ambassadeur Van-Dúnem te Mechelen ontvangen op 19 september 1998.
Twee dagen vóór zijn komst,  kregen we echter bericht per telefoon, waarbij hij ons  meedeelde dat hij dringend naar de Angolese hoofdstad, Luanda, was teruggeroepen.  Zijn geschreven bevestiging hiervan ontvingen we enkele dagen later.
 
Afonso  VAN-DÚNEM “Mbinda”
ambassadeur van Angola bij de UNO te New York, nam enkele tijd later zelf het initiatief om ons te schrijven.
Hij was op de hoogte van onze briefwisseling met zijn familielid, Domingos, en was reeds jaren actief op zoek naar de roots van zijn familie, waarmee hij nu, door onze informatie, een aanknopingspunt had gevonden.
Ambassadeur Afonso heeft een baccalaureaatsdiploma Sociale Studies en behaalde het licentiaat in Internationale Relaties aan de Universiteit van New York. Reeds in 1978 was hij in zijn partij, de MPLA (die in de algemene verkiezingen van 1992 de meerderheid behaalde en sindsdien aan het bewind is), verantwoordelijk voor de buitenlandse betrekkingen. Op 8 maart 1985 werd hij Minister van Buitenlandse Zaken van Angola, en bleef dit tot 23 januari 1989, toen hij in die functie werd opgevolgd door luitenant-kolonel Pedro de Castro Van-Dúnem. Hij werd dan vooreerst Permanent Vertegenwoordiger van Angola bij de UNO te New York, om vanaf juni 1991 aldaar ambassadeur te worden.
 
Afonso Van-Dúnem bezorgde ons eveneens informatie over het politiek ambt van verscheidene familieleden in Angola, alsook een adressenlijst van 81 Angolese families VAN-DÚNEM (en VAN-DUNÉN), waarvan er 95% gehuisvest is in de hoofdstad Luanda. Op basis van onze eerste gegevens had hij nieuwe informatie gevonden, die niet alleen onze gegevens bevestigde, maar tevens nieuwe aanknopingspunten gaf voor verder onderzoek. Aangespoord door het enthousiasme van ambassadeur Afonso, zijn we op zoek gegaan naar meer sporen van de stamvader van deze Angolese van Dun-tak. En zijn we er inderdaad in geslaagd meer gegevens over hem te vinden.
 
Ondertussen is Afonso Van-Dúnem teruggekeerd naar zijn geboortestad, Luanda, alwaar hij nu voorzitter is van de Stichting “Sagrada Esperança” (“Heilige Hoop”), een niet-gouvernementele organisatie, die hulp verschaft aan mensen in nood en vluchtelingen, inzonderheid aan kinderen.
Ik had nog eenmaal contact met hem, waarbij hij mij vroeg naar nog meer historische informatie. Aangezien ik intussen kennis had genomen van  de inhoud van de familieroman wees ik hem er op dat deze in het geheel niet beantwoordde aan de informatie die ikzelf over Balthazar had gevonden en suggereerde hem dat die eigenlijk een volledig fictief en geromantiseerd verhaal was, gekaderd rond een historisch correcte Proloog. Hierop ontving ik geen reactie. Wel stel ik vast dat de romangegevens, waarbij Balthazar Van Dunem niet met een Portugese vrouw, maar met een Angolese prinses huwde,  op dit ogenblik algemeen als waar schijnen te worden beschouwd (zie ook hierna bij Francesca Van Dunem).
Kort na mijn verhuis van Zwijndrecht naar Sint-Niklaas (mei 2008) belde hij mij nog op. Doordat de lijn voortijdig werd verbroken was het ons onmogelijk onze nieuwe adressen uit te wisselen. Sindsdien hebben we geen contact meer met elkaar.

B) Andere invloedrijke afstammelingen in de Angolese Van-Dúnem-tak

 Het hiernavolgend overzicht is werd opgesteld op basis van de gegevens die we terugvonden in “Keesing’s Historisch Archief”.
 
Fernando Franca Dias  VAN-DÚNEM
Geboren in 1931.
Voltooide zijn studies in Nederland als licentiaat in de Rechten.
Was onder meer ambassadeur van Angola in België, Nederland en Spanje.
In 1983 was hij ambassadeur van Angola in Portugal (het vroegere koloniserende land).
Vroeg in die hoedanigheid militaire hulp aan de Portugese president Eanes voor de strijdkrachten van de MPLA in het conflict met UNITA.
Werd onderminister van Onderwijs, en in februari 1986 Minister van Justitie.
Hij maakte in maart 1988 o.m. deel uit van een Angolese delegatie bij het American State Department en leidde in mei van datzelfde jaar de Angolese delegatie bij het overleg tussen Zuid-Afrika en Angola te Brazzaville.
Werd vanaf januari 1991 Minister van Planning, en werd op 19 juli 1991 hij benoemd tot EERSTE  MINISTER van Angola, en vormde op 5 dagen een nieuwe regering.
foto premier Fernando Van Dunem.jpg   Eerste minister Fernando Van Dunem (foto : Keesing’s Historisch Archief)
 Tegelijkertijd voegde hij een belangrijke vernieuwing in, nl. de post van secretaris bij de Raad van Ministers (zie in fine,bij Antonio Van-Dúnem).
In de loop van 1992 werd de functie van eerste minister door president Dos Santos voor de eerste maal afgeschaft. Na de algemene verkiezingen in september 1992 werd hij voorzitter van het Angolese Parlement. In 1995 werd hij ondervoorzitter van de regerende partij, de MPLA.
Van juni 1996 tot december 1998 was hij opnieuw EERSTE MINISTER van ANGOLA.
 
Omwille van zware gezondheidsproblemen bood hij, in oktober 1998, bij president Dos Santos, dringend zijn ontslag aan als eerste minister. Dit stelde de president voor enorme problemen, aangezien de aangezochte kandidaten  deze functie niet zagen zitten, gelet op de slechte economische toestand van het land. In december werd er hem dan toch ontslag verleend en werd het ambt van eerste minister  (voorlopig) afgeschaft. Sindsdien is hij lid van het Kabinet en Volksvertegenwoordiger.
 
Luitenant-Kolonel  Pedro de Castro  VAN-DÚNEM
Was in 1976 derde vice-eerste minister en werd in januari 1979 Minister van Provinciale Coördinatie en in juli 1980 Minister van Energie.
Op 18 januari 1986 werd hij benoemd tot Staatsminister voor de Productieve Sector en tevens tot Minister van Olie en Energie.
Trad geregeld op als hoofd van de Angolese regeringsdelegatie bij vredesbesprekingen voor Angola, en dit zowel in Parijs, Washington, Goma en Kinshasa. Werd op 23 januari 1989 Minister van Buitenlandse Zaken, in opvolging van Afonso Van-Dúnem (van wie hierboven sprake).
Werd op 3 augustus 1996 Minister van Openbare Werken en Stadszaken. Overleed op 12 september 1997 aan een hartinfarct in een ziekenhuis in Luanda.
 
Osvaldo Jesus de Serre  VAN-DÚNEM
Voormalig Gouverneur van de provincie Huambo. Gewezen Generaal van de Angolese Strijdkrachten en Speciaal Militair Adviseur van de Angolese President, en dit met betrekking tot veiligheid en defensie. In 2001 is hij ambassadeur van Angola in Brazilië.
 
 
Carlos Alberto  VAN-DÚNEM
Gewezen secretaris voor de Handelsorganisatie; Werd op 17 januari 1979  Minister van Internationale Handel.
 
Antonio Mendes de Campos VAN-DÚNEM
Gediplomeerd in de Rechten, benoemd tot Staatssecretaris bij de Raad van Ministers. Zijn eerste kindje, dat in juli 1998 werd geboren, kreeg de naam “Baltazar”, als reactie op onze briefwisseling, toen men vernam dat de stichter van de Van-Dúnem dynastie in Angola die voornaam droeg.
 
José de França Dias VAN-DÚNEM
Werd op 14 juni 1989 Minister van Planning.
 
Aristides VAN-DÚNEM
Werd op 7 augustus 1977 als lid van het Centraal Comité uit al zijn functies ontheven wegens het achterhouden van inlichtingen over putchplannen.
 
José VAN-DÚNEM
Wordt op 10 mei 1977 als legercommissaris uit het centraal comité van de MPLA gezet, samen met de Minister van Buitenlandse Zaken, Nito Alvers.  Beide hadden bezwaar tegen de invloed van de kleurlingen en de blanken binnen de MPLA en pleegden op 17 mei van dat jaar een mislukte staatsgreep. Hierbij doodden de opstandelingen 10 vooraanstaande figuren w.o. 5 leden van de regerende revolutionaire raad.
Op 18 juni 1977 werd hij samen met Sita Valdes in Luanda aangehouden.
 
Francisca Eugénia da SILVAS DIAS VAN DUNEM        (Informatie uit Wikipedia) Geboren te Luanda op 5 november 1955. Is een Portugese juriste en poliitica.   Is de huidige Minister van Justitie in de 21e regering van Portugal sinds 26 november 2015. Daarvoor was zij directeur van het Openbaar Ministerie van Lissabon. Francisca van Dunem haalde haar graad in de rechten aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Lissabon in 1977. Ze werkte in verschillende functies op het Openbaar Ministerie van Portugal. Francisca Eugénia da Silva Dias Van Dunem is afstammeling van twee van de meest invloedrijke families in Angola, in elke Angolese regering vertegenwoordigd: de familie Vieira Dias van moederszijde, en de familie van Dunem van vaderskant. Volgens de gegevens in wikipedia “is haar familienaam van Dunem afkomstig van een Nederlander die vierhonderd jaar geleden in Angola voor de Portugese koning werkte. Deze van Dunem trouwde met een Angolese en vormde het begin van een talrijke en invloedrijke familie in Angola” (= in strijd met mijn gegevens). Tijdens de Anjerrevolutie in Portugal in april 1974 was ze tweedejaars studente rechten aan de Universiteit van Lissabon,, Portugal. Nadat Angola onafhankelijk was geworden in 1975 keerde ze terug naar haar geboorteland. Minder dan twee jaar later vertrok ze naar Portugal, vóór de mislukte couppoging van 27 mei 1977 in Angola. Deze coup werd geleid door Nito Alves. In de zuivering die na de couppoging volgde werden duizenden fraccionistas vermoord, waaronder haar broer José van Dunem en haar schoonzuster Sita Valles. Francisca Van Dunem maakte carrière in Portugal. Op het Openbaar Ministerie in Lissabon staat ze bekend als "Dra. Francisca".  Ze is gehuwd met Eduardo Paz Ferreira, professor in de rechten, en heeft een zoon. Francisca van Dunem voedde haar neef op, een zoon van haar in 1977 vermoorde broer José van Dunem.  Zij heeft een dubbele nationaliteit, de Portugese en de Angolese.  

.

NAWOORD –verder onderzoek

  Zoals nu algemeen, althans in de Van Dunem-families, wordt aangenomen zou hun geschiedenis beginnen met het huwelijk van een Angolese prinses met een nobele Nederlander. Deze mening is zeker niet recent, en dateert vermoedelijk reeds van lang voor de verschijning in 1997 van de totaal gefingeerde roman “A Gloriosa Familia”. De benaming “nobele” Nederlander is, althans naar de vorm vermoedelijk juist, althans gelet op de hierboven beschreven mogelijke begripsverwisseling tussen Vlaming en Nederlander (Noord-Brabander). “Nobel” was hij zeker, rekening ermee houdend dat hij omschreven wordt als “cavaleiro de Avis e de Sant’Iago” (6), twee van de drie, nu nog steeds, meest gereputeerde ridderorden van Portugal.   Willen we nog verdere informatie over Balthazar kunnen vinden dan is het aangewezen om opzoekingen te doen in de archieven van deze Orden te Portugal, in Evora. Het is m.i. onwaarschijnlijk moest er hier niet meer informatie over een van hun vooraanstaande leden te vinden zijn.   Ik stelde dit reeds voor in mijn brief van 5 juli 2004, aan Ambassadeur Afonso Van-Dúnem, maar zag me toen al niet bij machte om de eerstvolgende jaren daar mijn opzoekingen verder te zetten.   Een tweede aanknopingspunt zijn de archieven van de Antwerpse kapucijnen. Bij mijn bezoek aan het kapucijnenklooster aldaar wist men mij te zeggen dat gans het archief zou overgebracht zijn naar Leuven. Gelet op de rol die de kapucijnen indertijd in dit deel van Afrika speelden is er een grote waarschijnlijkheid dat daar gegevens kunnen gevonden worden over Balthazar Van Dunem, al dan niet in associatie met Joris van Geel.  

  .  .

Tekstverwijzingen

  (1) We nemen telkens de schrijfwijze van de naam over zoals die in de aangehaalde bron vermeld staat.
  (2) Zie het hoofdstuk Huidige Nakomelingen Balthazar van Dunne.
  (3) Het feit dat hij indertijd een "Vlaming" genoemd werd geeft geen uitsluitsel omtrent het deel van het toenmalige Vlaanderen waaruit hij afkomstig was.  Buiten het noordelijk landsgedeelte van België, strekte Vlaanderen zich in die periode (+/- 185 jaar vóór het ontstaan van België) uit over het noordoostelijk deel van het huidige Frankrijk en een zuidwestelijk deel van Nederland. Dit laatste omvat o.m. Zeeuws-Vlaanderen en is misschien wel de regio waar Balthazar vandaan kwam.  Het maakt deel uit van de Nederlandse provincie Zeeland, die destijds een sterke vloot bezat, waarvan vele schepen handel dreven met Portugal. (Opzoekingen in de archieven van de havenstad Vlissingen en van de provinciehoofdstad Middelburg, die op gebied van overzeese handel de stad Amsterdam in de eerste helft van de 17de eeuw evenaarde, hebben tot hiertoe nog geen nieuwe informatie kunnen opleveren).   Uit de hiernavolgende tekst uit het reeds geciteerde naslagwerk “Beslissende Momenten uit onze Geschiedenis -De 25 dagen van Vlaanderen”, Deel 17, p.701 leren we het volgende:    “In het spraakgebruik was het al eeuwen gebruikelijk om alle Nederlandstalige Belgen Vlamingen te noemen. Dat gebruik had vooral opgang gemaakt na 1830. De verdedigers van de moedertaal tegen de overheersing van het Frans grepen toen graag terug naar het heroïsche verzet van de stedelingen in het middeleeuwse graafschap Vlaanderen tegen het opdringerige Franse koninkrijk. Lang daarvoor al hadden de begrippen ‘Vlaanderen’ en ‘Vlamingen’ bij gelegenheid een ruimere inhoud.  In de periode 1550-1650 was het vrij gewoon dat uit de hele Nederlanden afkomstige kunstenaars en geleerden zich in Italië als Vlaming betitelden. Zo kon men in Rome ‘fiamminghi’ uit Namen, Luik en Utrecht ontmoeten. Zelfs toen het hertogdom Brabant in de veertiende eeuw het welvarende graafschap Vlaanderen naar de kroon stak, bleef de naam van dat landsgedeelte voor het geheel gelden. Erasmus was een van de weinigen die het in die zin wel eens over Brabant had. Eiugentijdse geschiedschrijvers als Gilbert Roy (1582) en G. Bentivoglio (1632) en de Spaanse soldeniers spraken over de opstand van de Nederlanden tegen Filips II van Spanje als over de ‘oorlog in Vlaanderen’.  De opdeling die daarna in 1578-1579 tot stand kwam in de unies van Atrecht en Utrecht werd in documenten uit die tijd beschreven als een scheiding tussen ‘der Walscher tonghe’ en ‘der Vlaemsche tonghe’ of ‘des provinces flamandes’. Vlaams gold daarbij als synoniem voor Nederlandstalig.

 (4) Le martyr Georges De Geel et les débuts de La Mission Du Congo (1642-1652), P. Hildebrand, Anvers, Archives des Capucins, 1940, (heruitgave van 1687), p.102-103 en 142-143.
  (5) Een Vlaamse Martelaar in Oud-Kongo, Joris Van Geel. P. Hildebrand, uitgev. J. Lannoo, Tielt, 1933.

  (6) Portugese Society in the Tropics: The Minicipal Councils of G.Wisconcin Press,1965, p189 

  (7) Descrição Histórica dos três Reinos, Congo, Matamba e Angola, P.e João António Cavazzi de Montecùccolo, Livro Terceiro, Lisboa 1965.
  (8) A Gloriosa Familia, Artur Carlos Mauricio Perstana dos Santos (Pepetela) Literatische Agentur, Bad Homburg, Germany, 1997 Onderscheiden met de hoogste prijs voor Portugeestalige literatuur, de Prémio Camões en in 1999 met de Prince Claus Award. In vertaling op de markt gebracht op 27 april 2001, bij Meulenhof.

   .

 
Bibliografie
 -Persoonlijke briefwisseling met Fernando Van-Dúnem, Domingos Van-Dúnem en Afonso Van-Dúnem, 1997-2003.
-Descrição Histórica dos três Reinos, Congo, Matamba e Angola, P.e João António Cavazzi de Montecùccolo, Livro Terceiro, Lisboa 1965.
-The Dutch Seaborne Empire 1600-1800.
-Rijksarchief Den Haag, Archiefstukken van de “Oude Westindische Compagnie 1621 - 1674”.
-Le martyr Georges De Geel et les débuts de La Mission Du Congo (1642-1652), P. Hildebrand,  Anvers, Archives des Capucins, 1940. (heruitgave van 1687).
-Een Vlaamse Martelaar in Oud-Kongo, Joris Van Geel. P. Hildebrand, uitgev. J. Lannoo, Tielt, 1933.
-De Nederlanders in Brazilië, 1624 - 1654,  Charles R. Boxer, Uitgev. Atlas, Amsterdam-Antwerpen, 1977.

-Portugese Society in the Tropics: The Minicipal Councils of G.Wisconcin Press,1965, p189 
-L’Ancien Congo et L’Angola 1639-1655, d’après les archives romaines, portugaises, néerlandaises et espagnoles, Louis Jadin, Tome II, Bruxelles-Rome, 1975.
-A Gloriosa Familia, Artur Carlos Mauricio Perstana dos Santos (Pepetela) Literatische Agentur, Bad Homburg, Germany, 1997 Onderscheiden met de hoogste prijs voor Portugeestalige literatuur, de Prémio Camões en in 1999 met de Prince Claus Award.
-Een Roemrijke Familie, de tijd der Vlamingen, vertaling van bovenstaande roman, Meulenhoff, Amsterdam 2001, Meulenhofprijsvoorliteratuur.nl
-Jaarboeken van Keesings Historisch Archief. Winkler Prins Jaarboeken.
-Beslissende Momenten uit Onze geschiedenis “De 25 Dagen van Vlaanderen” Deel 25, p.476, uitgev. Waanders BV, Zwolle, 2006

Thema

Regio